Jump to content

All Activity

This stream auto-updates

  1. Earlier
  2. Aan het eind van de 19e eeuw bevond het liberalisme zich op haar hoogtepunt en rolde ze een uitgebreid sociaal programma uit. Het kinderwetje van Van Houten (1874) had meer symbolische dan inhoudelijke waarde. Daarna werd de richting wel verder ontwikkeld en het kabinet-Pierson – Goeman Borgesius (1897 – 1901) leverde een stroom aan sociale wetgeving op. Het was echter ook de tijd van de opkomst van het socialisme en de hartenkreet “We’re all socialists now” kenmerkte het gevoel dat liberalen het zicht op hun wortels verloren. Niet lang na de eeuwwisseling gleed het liberalisme dan ook weg in versnippering. Hoe herkenbaar is dit anno 2025. Niet dat het liberalisme anno nu zo dominant is als destijds, maar de VVD was diverse verkiezingen achter elkaar de grootste en met Mark Rutte leverden we voor het eerst sinds 1918 weer de premier. Toch is iedereen het er over eens dat het liberalisme meer verwaterd is dan ooit. Ik heb het wel eens vergeleken met een Ferrari met een middenklasse-motor: de buitenkant is aantrekkelijk, maar je mist iets onder de motorkap. We zijn de weg kwijt Het nadeel van succes is dat er steeds stukjes van je succes door anderen worden overgenomen en samensmelten met hun eigen verhaal. Dit leidt tot een metamorfose van liberaal naar niet-liberaal beleid zonder dat je kunt aanwijzen waar het nu fout gaat. Als je zelf niet goed meer weet hoe je je eigen motor op niveau moet houden dan krijg je waar we nu midden in zitten: liberalen zijn de weg kwijt. Als we kort door de 5 kernbegrippen lopen dan zie je op hoofdlijnen het volgende gebeuren. Individualisme Binnen het liberalisme is het niet alleen mogelijk om af te wijken van ‘de massa’, maar is het zelfs het centrale element. De vrijheid om jezelf te ontdekken – los van anderen – is cruciaal. Niet alleen dat je mag afwijken van anderen, maar ook dat je het accepteert dat anderen afwijken van jou. Uiteraard leidt dit er in veel gevallen toe dat mensen ook succesvol zijn én het leidt er (indirect?) toe dat de samenleving waarin liberalen wonen succesvol is. Het is echter ook jaloersmakend voor mensen, die willen bepalen wat verstandig is. Buiten het liberalisme wil iedere politieke ideologie centraal bepalen wat ‘goed’ is en dus ook wat ‘fout’ is. Jezelf ontwikkelen is dan uitstekend zolang het maar past binnen de gestelde kaders. De mogelijkheid om jezelf buiten deze kaders te ontwikkelen is dan bedreigend en daarmee wordt individualisme geframed als egoïstisch en a-sociaal. Tolerantie Het verdragen van afwijkend gedrag wordt gekoesterd door niet-liberalen. Overal leven groepen of individuen met afwijkende denkbeelden en ze vragen c.q. eisen dat deze afwijkende denkbeelden geuit mogen worden. Hun afwijkende denkbeelden wel. Andere afwijkende denkbeelden niet. De crux van niet-liberale tolerantie is dat het wordt gevraagd voor gedrag waardoor anderen worden beperkt in hun vrijheid. Als Extention Rebellion graag wil demonstreren voor hun doel dan past het niet dat ze snelwegen blokkeren en zo – voor hun – ongewenst gedrag blokkeren. Als iemand iets anders wil geloven dan hetgeen dominant is dan is het onlogisch om dit geloof vervolgens op te dringen aan anderen – ook al is het familie. Als je zelf vrijheid wilt dan begint het er mee dat je een ander vrijheid gunt. Niet alleen jezelf. Eigen verantwoordelijkheid Dit begrip heeft alles te maken met de mogelijkheid om af te mogen wijken. In de eerste plaats ben je er natuurlijk verantwoordelijk voor dat je in de gaten houdt of je de vrijheid van een ander niet beperkt doorjouw gedrag. Daarnaast verwacht ik dat wanneer je in de sloot springt je een beetje kunt zwemmen en anders de consequenties aanvaardt. In onze samenleving wordt die eigen verantwoordelijkheid steeds meer vervangen door een verantwoordelijkheid door de overheid, besturen van verenigingen (ook een soort overheid) of het bedrijfsleven. Het resultaat is nu dat de burger niet meer wordt beschermd door hem weerbaarder te maken, maar dat anderen nu verantwoordelijk worden gemaakt voor het geluk van de burger. De burger mag er een potje van maken en anderen moeten voorkomen dat hij in de sloot terecht komt. Gelijkwaardigheid Cruciaal bij de mogelijkheid om af te mogen wijken is de mogelijkheid om gelijke kansen te hebben in een veranderende wereld. Juist het aanbieden van een zo breed mogelijk palet (te beginnen bij de scholing) helpt mensen om te ontdekken welke verschillen er zijn; dat is de essentiële basis om te ontdekken wat het meeste bij jouw talenten hoort. Als wel wilt afwijken van anderen, maar je wilt niet dat anderen afwijken van jou dan heeft gelijkwaardigheid helemaal geen nut. Juist de maakbaarheidsgedachte (of het nou om religie gaat of om socialisme) wil dat iedereen gelijk is. Ook binnen het liberalisme worden volop regels bedacht om mensen te beschermen tegen een keur aan tegenslagen of teleurstellingen. Als je niet kunt accepteren dat tegenslag of teleurstelling bij het leven hoort dan haal je het hart uit een liberaal beleid. Je moet mensen de ruimte geven om te falen of iets doms te doen; juist daar leer je als individu én als samenleving van. Sociale rechtvaardigheid Wie bepaalt wat rechtvaardig is vanuit sociaal oogpunt? Zijn dat de burgers die deel uitmaken van de overheid of zijn dat de burgers die onderdeel uitmaken van de samenleving als geheel? Ik vind het uitstekend om geld af te staan voor mensen, die niet in staat zijn (structureel of tijdelijk) om te werken. Het is me echter volstrekt onduidelijk waarom ik mensen structureel moet ondersteunen, terwijl ze lichamelijk en geestelijk gezond zijn en er werk volop beschikbaar is. De huidige sociale voorzieningen gelden voor iedereen op dezelfde wijze. Ik snap het, maar het is niet liberaal-logisch. Nu zijn er volop mensen, die een uitkering accepteren terwijl er voldoende werk is; alleen maar omdat er een regel is waardoor je niet persé hoeft te werken. Dan leun je op een ander en daarmee ontneem je jezelf een stukje vrijheid (als de ander omvalt val je mee) én je neemt die ander een stukje vrijheid. Als iedereen dat zou doen dan zou iedereen steunen op niemand. Trump is kraakhelder niet-liberaal De metamorfose van de liberale begrippen gaat heel geleidelijk. Daardoor is Trump wellicht een zegen voor het liberalisme: door ‘full in the open’ een oerconservatief beleid met een sausje christelijk opportunisme uit te rollen over de VS komt heel helder in beeld wat we dreigen kwijt te raken. Een aantal voorbeelden. Bottom-up Liberalen willen dat de samenleving wordt opgebouwd vanuit de individuele burgers gezamenlijk. Trump is de ultieme aap op de apenrots. Je mag alles doen zolang het maar past in de voorschriften van Trump. Alle andere geluiden worden rücksiglos aangevallen waarbij verdraaiing van feiten, aperte leugens, miscommunicatie, verwarring etc. etc. worden ingezet ten behoeve van het beoogde doel. Vanuit liberaal perspectief is het echter onmogelijk om dit ideale doel – een betere samenleving – tot stand te brengen vanuit een ééndimensionale visie. Juist de kruisbestuiving tussen verschillende inzichten geeft een samenleving kracht; net zo als genetische verversing nodig is om een soort sterk te houden. Trump doet in extreme mate wat confessionelen of socialisten willen doen: van bovenaf bepalen wat ‘goed’ is en wat ‘fout’ is in de verwachting dat het ‘goede’ ook zal leiden tot een betere samenleving. Dream on. De trias politica Het liberale middel om te voorkomen dat één persoon kan bepalen wat ‘goed’ en wat ‘fout’ is is de scheiding van machten. De spreiding van macht garandeert dat een dictatuur onmogelijk wordt. Overigens is de spreiding over 3 partijen echt 18e eeuws. Tegenwoordig is de spreiding van de macht verdeeld over veel meer partijen, zoals een centrale bank, statistische instanties en diverse andere (in principe niet-politieke) instanties. Het is niet toevallig dat Trump al tijdens zijn vorige termijn als president volop heeft ingezet op het aanstelling van rechters. Hij weet heel goed dat – hoe onpartijdig je ook wilt zijn – ieder mens een mens is met een mening. Ook een rechter, een politie-agent, een politicus, een voorzitter van de Fed, of de directeur van een bureau dat de werkeloosheidscijfers vaststelt (om er een paar te noemen) zijn mensen met een mening. Die mensen kun je vervangen door mensen zonder mening; mensen, die bereid zijn om precies dát te doen wat centraal éénduidig wordt voorgeschreven. Dit zagen we voor Trump al ontstaan, maar dit proces zit nu in een enorme stroomversnelling en vindt ‘full in the open’ plaats. Perfect om te analyseren. Minder perfect om in te wonen. Vrijheid van meningsuiting J.D. Vance was nog maar net vice-president toen hij in het Europees Parlement een pleidooi hield voor de vrijheid van meningsuiting. Inmiddels is volstrekt helder dat hij alleen voorstander is van zijn eigen vrijheid van meningsuiting en niet van andermans vrijheid van meningsuiting. Zijn vrijheid van meningsuiting kennen we onder de noemer ‘populisme’ en is decennia door progressief Amerika en progressief Europa via beeldvorming weggeduwd. Vrijheid van meningsuiting stelt echter dat de burger altijd gelijk heeft en die burger roept al jaren iets dat progressieve krachten verachten en proberen te bagatelliseren. Als je echter niet wilt luisteren dan krijg je het lid op de neus en in dit geval heeft dit een naam: Trump. De grote vraag is natuurlijk hoe je je hier als liberaal in positioneert; hoe zoek je balans tussen twee extremen? Vrijheid geven of vrijheid belemmeren In onze diffuse samenleving zitten heel veel regelingen waarbij vrijheden worden geblokkeerd. Terwijl iedereen zegt voor vrijheid te zijn lijkt het niet mogelijk om maatregelen te nemen tegen demonstranten die zelf alle vrijheid willen hebben en andere niets gunnen of religieus gebaseerde beperkingen van de vrijheid. De ene vrijheid is blijkbaar belangrijker dan de andere vrijheid. Trump doet daar niet moeilijk over. Hij eist alle vrijheid op en geeft andersdenkenden geen enkele vrijheid. Een perfecte uitvergroting van de diffuse situatie van dit moment. Het is een keuze Feitelijk is er niets mis met het gedrag van Trump. De mensen hebben hem gevraagd om een pakket aan maatregelen uit te rollen en grosso modo doet hij precies wat hij beloofd heeft. Hij voert het ook extreem door met zijn rechtervoet vol op het gaspedaal. Is dat erg? Helemaal niet. Wie weet ruimt hij wel een heleboel rommel op, die we hebben gemaakt in de diffuse wereld waarin iedereen om elkaar heen draait en met woorden goochelt en oplossingen zoekt, die niemand echt wil. In het oude Griekenland kwam dat ook voor en dan stelde men een tiran aan om alle rommel op te ruimen, die door het democratische proces was ontstaan. Daarna trad de tiran (en dat was helemaal geen negatief begrip) terug en kon het democratische proces weer voortgang vinden. De kern van de oplossing zit precies in het begrip “keuze”. Alles wijst er op dat Trump aan het einde van zijn termijn deze keuze óf heeft geblokkeerd óf zo manipuleert dat de democratische stem altijd bij hem uitkomt. Net als in iedere dictatuur. Dan is het wel erg, want uiteindelijk moeten het de burgers van een land zijn, die bepalen wat er met het land gebeurt. Die burgers mogen zich best een keer (goed) vergissen, maar dan moeten ze wel de ruimte krijgen om deze vergissing te zien én een andere vergissing te maken. Feitelijk is namelijk een democratie niet goede, maar het is de minst slechte manier om een land te regeren. Met liberale groeten, Peter Lamberts
  3. Binnen het liberalisme is ‘vrijheid’ een centraal goed en tevens is het de enige politieke stroming, die de sturing vanuit burgers (bottom-up) vorm wil geven. Het is daarom verrassend dat liberalen toch vooral insteken op de gedachte dat ‘vrijheid’ wordt verzorgd door de overheid en dat de burger geen actieve rol heeft om ‘vrijheid’ actief te stimuleren voor een andere burger. Het immigratie-dossier is een uitgelezen onderwerp waarop duidelijk wordt dat het voor individuele burgers heel goed mogelijk is om de vrijheid – die door de overheid wordt verzorgd – te blokkeren voor mede-immigranten of voor de Nederlandse gastheer. Het laat ook haarfijn zien dat burgers zich hier buitengewoon aan storen en dus feitelijk zouden willen dat de immigranten mee zouden helpen om de vrijheid in Nederland zoveel mogelijk ruimte te geven voor ons allemaal. Deze manier van denken komt heel helder naar voren in 3 vragen: 1. Wil een immigrant zelf vrijheid? Los van de vraag welke immigranten je zou willen toelaten in Nederland durf ik te stellen dat iedere immigrant hierheen komt omdat hij vrijheid zoekt. Uiteraard geldt dit voor de politieke vluchteling, die in zijn eigen land niet zichzelf kan zijn (qua sekse, religie, politieke overtuiging etc.). Uiteraard geldt het ook voor de oorlogsvluchteling, die zich niet iedere dag wil afvragen of hij de volgende dag nog zal leven of dat zijn huis nog overeind zal staan. Het geldt echter ook voor de economische vluchteling, die zich niet iedere dag wil afvragen of hij die dag nog te eten of te drinken zal hebben. Tenslotte geldt het voor de medische vluchteling, die bij terugkeer in zijn eigen land niet die vrijheid zal hebben die we in Nederland kunnen bieden door de gebreken in zijn lichaam. Niet iedere immigrant zal dezelfde ambitie hebben. Een economische vluchteling zal eerder tevreden zijn met een geregeld leven waar een politieke vluchteling of oorlogsvluchteling gebruik zal willen maken van de faciliteiten om zichzelf maximaal te ontplooien. Dit neemt niet weg dat iedere vluchteling, die naar Nederland komt zichzelf wil bevrijden van de beperkingen, die het leven in zijn eigen land voor hem in petto kan hebben. 2. Gunt een vluchteling anderen ook vrijheid? Als je uit eigen ervaring weet hoe het is om niet te kunnen doen wat je eigenlijk zou willen doen dan verwacht je dat juist deze mensen extra gemotiveerd zijn om te zorgen dat de mensen in hun omgeving niet dezelfde last hebben als de last, die zij zelf hebben achtergelaten. Dat is in veel gevallen ook zo, maar die gevallen halen het nieuws niet. Dat geldt wel voor vluchtelingen, die wel zelf alle vrijheid willen hebben, maar een ander geen vrijheid gunnen. Ze blokkeren dan actief de beschikbare vrijheid en dat valt ons op, omdat we allemaal beseffen dat hiermee ons belangrijkste bezit – vrijheid – in gevaar komt. Een deel van de beperkingen is juridisch op te vangen (maar dan moet je het nog wel bewijzen en heb je het probleem dat een cel in Nederland beter is dan de onvrijheid in je eigen land), maar een deel is ook niet-juridisch. Een voorzichtige greep uit de situaties die het nieuws halen en als kenmerk hebben dat de ene persoon de vrijheid voor de andere persoon blokkeert: · Eerwraak is het meest extreme voorbeeld waarbij je de vrijheid van een ander blokkeert door iemand het leven te ontnemen. De complexiteit vanuit juridisch kader is daarbij dat de eerwraak zelf wel strafbaar is, maar de dreiging vooraf niet. Juist die dreiging vooraf maakt dat de onvrijheid voorafgaand aan de eerwraak dicht nadert aan de onvrijheid na de voltrekking; · Het is heel cru dat mensen die vluchten naar Nederland om wie ze zijn (qua gender of qua geloof) in Nederland worden geconfronteerd met mede-vluchtelingen, die deze vrijheid niet accepteren. Juist deze groep vluchtelingen gun je een humaan leven; · Bijvoorbeeld in de Eritrese gemeenschap zie je heel duidelijk dat de politieke vluchtelingen van verschillende politieke stromingen in Nederland hun oorlog ‘gewoon’ voortzetten. Hiermee blokkeren ze voor zichzelf én voor elkaar de mogelijkheid om dit politieke conflict te ontvluchten en een eigen leven op te bouwen (en wij krijgen ook een stuk onvrijheid mee). Daarbij zijn de excessen juridisch (weliswaar moeilijk) aan te pakken, maar de onderliggende wrijving niet; · Een grote irritatie voor heel veel autochtone Nederlanders (zowel direct betrokken als potentieel betrokken) betreft de kleine criminaliteit van (vaak) kansloze asielzoekers. Iedere diefstal, iedere ruzie, iedere keer zwart rijden, iedere aanranding en iedere – steeds verder groeiende – brutaliteit naar mede-immigranten en autochtone Nederlanders is een actie waarbij je de vrijheid van anderen beperkt. Er zijn oneindig veel meer voorbeelden te noemen van grotere en kleinere situaties waarin Nederland wel vrijheid aanbiedt aan de vluchtelingen, maar waarin deze vluchtelingen actief vrijheid voor andere blokkeert of geen vinger uitsteekt om samen te zorgen dat iedereen in Nederland van nóg meer vrijheid kan genieten dan dat ze nu al heeft. 3. Kunnen wij de migranten vrijheid geven? Liberalen vinden het belangrijk om te zorgen dat je je talenten kunt ontdekken en ontplooien. Dan helpt het niet om iemand uit een bootje op de Middellandse Zee op te pikken en hier in een opvangplek te veroordelen tot een uitzichtloos bestaan. Vrijheid geven betekent ook dat je moet zorgen voor een keten waarin huisvesting, gezondheidszorg, veiligheid, opleidingsmogelijkheden en soortgelijke zaken zijn ingericht. Dat vraagt niet alleen om de inrichting van deze onderwerpen, maar ook het besef dat de mogelijkheden beperkt zijn. De vraag om daar de opvang op aan te passen is humaner dan om iedereen op te nemen en vervolgens buiten beeld uitzichtloos te laten voortleven. Een humaan immigratiebeleid vanuit liberaal perspectief zet ‘vrijheid’ centraal. Hierbij geldt de mate waarin wij een vluchteling vrijheid kunnen bieden en ook de mate waarin vluchtelingen elkaar en ons vrijheid bieden. Wanneer iemand wel vrijheid wil ontvangen, maar niet bereid is om die vrijheid ook te gunnen aan een ander is de basis onder ieder liberaal beleid weggeslagen. Met liberale groeten, Peter Lamberts
  4. In een eerdere column heb ik al de vraag gesteld: als je vrijheid belangrijk vindt is het dan niet logisch om je – als individu – in te spannen dat vrijheid (ook) beschikbaar is voor anderen? Nu is het aan de overheid om te zorgen dat mensen zich vrij kunnen ontwikkelen, maar liberalen denken ‘bottom-up’ en dan lijkt het niet meer dan logisch dat burgers – waar mogelijk – ook vrijheid bottom-up willen verzorgen. Justitie in een liberale samenleving Het onderwerp ‘justitie’ is in dit verband een bijzonder passend onderwerp. Ga maar na: (nagenoeg?) alle onderwerpen waar een rechter zich over buigt zijn onderwerpen waarin de ene burger de vrijheid van een andere burger beperkt. Dat kan zijn omdat mensen in hun enthousiasme over een grens zijn gegaan en via een onafhankelijke partij het beste kunnen worden gecorrigeerd. In het overgrote deel van de is het minder onschuldig Ik ga hier niet het hele wetboek van strafrecht na, maar de stelling lijkt me redelijk dat in een liberale samenleving iets voorgelegd kan worden aan een rechter wanneer de ene burger of juridische entiteit een grens over gaat bij een ander met voordeel voor zichzelf én nadeel voor de ander. Dit past bij het uitgangspunt dat je vrij bent totdat je de vrijheid van een ander beperkt. De rechter heeft dan de taak om dit te toetsen. De illegale trias politica Dit neemt niet weg dat wetsovertreders een ander laat meemaken wat ze zelf niet willen meemaken. Ze gunnen een ander niet de vrijheid, die ze zelf wel willen ontvangen. In de kern creëren ze een illegale trias politica. Bij kleine criminaliteit is dat even zoeken en komen de drie grootheden enigszins onbewust samen in één persoon. Een inbreker is de wetgevende macht als hij bepaalt dat het is toegestaan om een ander geld of artikelen afhandig te maken (in de Sovjet-Unie waren dat de koelakken). Als rechter wijst hij aan van welke specifieke eigenaar geld en goederen afhandig gemaakt mag worden. Tenslotte zet hij een politiepet op door feitelijk in te breken en het geld en artikelen tot zich te nemen. Bij georganiseerde misdaad is dit duidelijker te zien. Daar zijn de taken strak verdeeld, maar is de kern hetzelfde: er is een groep mensen die een ander de vrijheid misgunnen, die ze zelf wel belangrijk vinden. Zij stellen zich daarbij op tussen de vrijheid-gevende overheid en de burger en blokkeren de vrijheid voor hun slachtoffers. Als iedereen zo zou zijn dan is de liberale overheid kansloos om haar vrijheid te verspreiden. Tegelijkertijd: in dat geval zou de samenleving niet kiezen voor een liberale overheid. Juist de wens om te zorgen voor vrijheid komt voort uit de opdracht vanuit burgers aan de overheid om vrijheid te verzorgen. Waarom zouden burgers deze verspreiding van vrijheid wel uitbesteden en niet zelf invulling geven waar ze kunnen? Moet alles in het strafrecht? Dit raakt ook aan een andere punt. Als mensen zich niet druk hoeven te maken om de vrijheid van een ander worden ze heel creatief in het vinden van zelfbedachte nieuwe ontwikkelingen, die toevallig wel gunstig uitpakken voor zichzelf, niet gunstig voor een ander én nog geen onderdeel uitmaken van het strafrecht. Zeker met de enorme snelheid waarin onze samenleving zich ontwikkelt zijn er steeds meer onderwerpen waar mensen in hun vrijheid worden beperkt door andere mensen. Alleen al de voorbeelden rondom de opkomst van internet, social media en AI buitelen over elkaar heen. Moet je dan alles juridisch maken? Het heeft ook iets makkelijks om je vrijheid ruim op te pakken en te verwijzen naar een ander (de rechter) als er weerstand ontstaat. Dan krijg je te maken met een enorme hoeveelheid bagger op social media, de complexiteit rondom deepfakes of ontwikkelingen waar we nu nog niet van hebben gehoord, maar die morgen realiteit zijn (of ze zijn al realiteit en ik heb er nog niet van gehoord)? Als dat mag omdat er nog geen wetgeving voor is opgesteld dan wordt het best een dingetje. Het is ook wel gemakzuchtig om te doen waar je zin in hebt en bij weerstand te verwijzen naar de rechter. De kern van de boodschap Als we vrijheid belangrijk vinden is het dweilen met de kraan open als je mensen de kans geeft om alle weerstand tussen burgers via een ander te laten lopen. Burgers zijn zelf verantwoordelijk voor het creëren van een vrije samenleving. Dit kun je doen door diverse overheden te vragen om zaken in te regelen, die je alleen niet voor elkaar kunt krijgen, maar het begint dat je zelf ook oog hebt voor de vrijheid van een ander. Rechtszaken laten dan precies zien waar er nog verbeteringen in de samenleving mogelijk zijn; het zijn de zaken waar mensen de trias politica aan hun laars hebben gelapt. Met liberale groeten, Peter Lamberts
  5. Er leeft onder veel mensen een wijdverbreid misverstand en dat is dat iedereen vrijheid wil. Helaas is dat niet zo. Uiteraard zijn er heel veel mensen, die vrijheid heel belangrijk vinden. Helaas zijn er ook best veel mensen, die hooguit hun eigen vrijheid belangrijk vinden. Het is wel vrijheid, maar het is niet hetzelfde. In de oorlog tussen Oekraïne en Rusland enerzijds en de oorlog tussen Israël en Hamas anderzijds komt dat verschil heel duidelijk in beeld. Laat mij u meenemen in mijn denkwijze. De oorlog tussen Oekraïne en Rusland Als je in deze oorlog zoekt naar de vraag hoe je tot vrijheid komt dan kun je 3 centrale vragen stelen rondom het thema: gunt de ene partij vrijheid aan de andere partij (of alleen aan zichzelf)? Vraag 1: gunt de ene overheid vrijheid aan de burgers van de andere overheid? Bij de beantwoording van deze vraag zie je heel duidelijk een verschil tussen de insteek van de Russische en de Oekraïense overheid. De Russische overheid gunt heel duidelijk geen vrijheid aan de Oekraïense burger, wil haar onderdrukken en schroomt er in de oorlog ook niet voor terug om via burgerdoelen haar militaire doelen te halen. Tegelijkertijd zie je vanuit de Oekraïne het tegenovergestelde. De Oekraïense overheid verdedigt zich zeer punctueel conform het oorlogsrecht en richt zich uitsluitend op militaire doelen. Het is voor haar met de huidige drone-technologie heel makkelijk om de Russische agressie jegens haar burgerdoelen op dezelfde wijze te beantwoorden, maar dat doet ze niet. Vraag 2: gunt de overheid in Rusland of Oekraïne vrijheid aan haar eigen burgers? Ook hier zie je een duidelijk verschil. Poetin gebruikt zijn burgers uitsluitend om zijn eigen doelen te gebruiken. Terwijl hij zijn soldaten zonder enige scrupules de zgn. gehaktmolen instuurt is er voor de overige burgers helemaal niets qua democratie, onafhankelijke rechtspraak, vrijheid van meningsuiting of wat je ook maar aan liberale waarden kunt bedenken. De enige vrijheid in Rusland is de vrijheid van Vladimir Poetin en de mensen die hem naar de mond praten. Aan de andere kant zet Zelenski alle middelen in om zijn soldaten zo veel mogelijk te ontzien én hij behandelt de krijgsgevangenen zoals het hoort. Het zwakke punt is het feit dat Oekraïne voor de oorlog te maken had met een hoge mate van corruptie en op diverse andere gebieden tekort geschoten werd om te voldoen aan de eisen van de Europese Gemeenschap, die de vrijheden van burgers moeten burgen. Zelenski is wel bezig om hier verbeteringen in aan te brengen, maar de oorlog maakt het onmogelijk om dit goed te toetsen. Vraag 3: gunnen de vrienden van Rusland of Oekraïne vrijheid aan burgers? Ook hier kun je de lijn van de vorige twee vragen probleemloos doortrekken. De vrienden van Rusland zijn landen waar de overheid haar eigen bevolking knecht. Zij hebben er dus ook geen enkele moeite mee dat Rusland zowel haar eigen burgers als de burgers van de Oekraïne in het ongeluk stort, want ze doen zelf precies hetzelfde. Bij de Oekraïne zie je dat haar vrienden juist de vrijheid van burgers hoog in het vaandel hebben staan; zowel voor de Oekraïne als voor Rusland. Het probleem richting de Russische bevolking is alleen dat alle hulp wordt verstrekt via de overheid. In Rusland is dit niet mogelijk, omdat de Russische overheid zelf de vrijheid voor haar burgers blokkeert. De oorlog tussen Israël en Gaza Stellen we dezelfde vragen in de oorlog tussen Israël en Gaza dan zien we een heldere parallel en een heldere dissonant. De parallel ligt bij Hamas/Rusland: zij gunnen de Israëlische bevolking geen vrijheid, zij gunnen hun eigen burgers geen vrijheid en hun vrienden (niet geheel toevallig dezelfde landen) vinden dat uitstekend. Het verschil ligt bij Israël/Oekraïne: zij gunnen hun eigen bevolking wel vrijheid, ze gunnen de Gazanen geen vrijheid en hun vrienden gunnen zowel het volk van Israël als de Gazanen vrijheid. Het verschil zit dus in vraag 1 en daar zit de pijn voor de vrienden van Israël: · Het is volstrekt helder dat Israël gesteund moet worden, omdat zij een staatsvorm hebben, die voldoet aan de waarden waar deze vrienden aan hechten. Dit geldt des te meer, omdat Hamas alles doet waar deze vrienden van gruwen. Het is dus echt geen optie om anders te kiezen; · Daar waar in het conflict met Saddam Hoessein, Khadaffi of Poetin heel consciëntieus de burgerbevolking werd ontzien doet Israël geen enkele poging in haar handelen om de burgerbevolking van Gaza te ontzien (of de burgerbevolking in Libanon in de strijd tegen Hezbollah). Hiermee vervaagt het onderscheid met Hamas; · Zo ontstaat er rondom het handelen van Israël een verschil tussen de waarden, die door Israël worden gedeeld en een uitvoering in de oorlog die hier niet bij past. De vrienden van Hamas zitten wel met Hamas op één lijn en kunnen daarom de vrienden van Israël om de oren slaan met hun eigen waarden. Waarden waar Hamas en haar vrienden anderen dus wel op aanspreken, terwijl ze deze waarden zelf totaal niet onderschrijven. De handelswijze van Zelenski en Netanyahu (en Trump) Daar komt nog een issue bij: waar iedereen ziet dat Zelenski – voor zover mogelijk in een oorlogssituatie – probeert om zijn land te hervormen richting de waarden van de Europese Unie zie je onder Netanyahu een tegengestelde ontwikkeling (ook voor 7 oktober al) ontstaan. Hiermee signaleer ik dus niet alleen een conflict rondom de tweede vraag, maar ontstaat er ook druk op de eerste vraag. Zo kan Hamas heel makkelijk de steun voor Israël en de twijfels over het handelen van Netanyahu en de druk op de 2e vraag aan elkaar koppelen. Het helpt dan niet als de grootste steunpilaar van Israël (de Verenigde Staten) een complete ommezwaai maakt waarbij ook daar de antwoorden op vraag 1 en 2 duidelijk onder druk staan en Netanyahu zich hier buitengewoon comfortabel bij voelt. Zo ontstaat dus een conflict waarbij niet alleen de burgers in Gaza klem zitten, maar ook de Israëlische burgers stapje-bij-beetje in een richting gaan waar ze niet willen zijn. Peter Lamberts
  1. Load more activity
×
×
  • Create New...